Nederlands




De zeebeving, tsunami en kernramp die Japan troffen in maart 2011 hadden grote gevolgen voor het gebied rond Fukushima. Ds. Akira Sato was gedwongen zijn kerk, die vijf kilometer van de kerncentrale stond, zeventig kilometer verderop te herbouwen. Hij is veranderd. Zelfs op rondreis in Europa heeft hij nog een stralingsmeter op zak. Maar door alle leed heen, ziet Sato iets goeds. ‘Het geluk dat ons Japanners omringde, was als de toren van Babel. We wilden steeds meer en meer. God heeft ons gewaarschuwd.’

Vessem
Op 11 maart 2011 verblijft dominee Akira Sato (56) in Tokio, 250 kilometer van zijn woonplaats Fukushima. Hij is met zijn vrouw Chiëko (55) in de Japanse hoofdstad voor het afstuderen van hun schoonzoon. Als hun kleinzoon zich verveelt tijdens de bijeenkomst, besluit Chiëko met hem naar het appartement van hun dochter te gaan, ook in Tokio. Terwijl ze hem daar een hapje voert, voelt ze wat geschud. ‘Ik dacht eerst dat het een kleine aardbeving was, maar het ging maar door. Ik pakte mijn kleinzoon op en ging naar buiten. De aarde begon zo hard te schudden dat ik met hem op de grond moest gaan liggen. Toen ik dacht dat het beven stopte, begon het weer, tot drie keer toe.’
Akira Sato is predikant van de kerk die slechts vijf kilometer bij de kerncentrale in Fukushima vandaan stond, de Fukushima Daiichi Seisho Baptist Church, een baptistengemeente. Tweeënhalf jaar na de ramp maakt hij met zijn vrouw een rondtoer door Europa. Hij wil zijn dankbaarheid tonen aan alle mensen die hem en zijn kerk ondersteunden in de tijd na de ramp. ‘Totale vreemden stuurden ons geld.’ Hij bezoekt Duitsland, Nederland, België en Frankrijk. In Nederland overnacht hij bij Asaka Payton en haar gezin in het Brabantse Vessem. Van daaruit geeft hij lezingen en maken ze uitstapjes, naar het Rijksmuseum bijvoorbeeld. ‘Het is ook een beetje vakantie’, geeft hij toe.
De afgelopen jaren waren enerverend voor het echtpaar. Ze woonden een jaar zonder privacy met zestig anderen in een retraitecentrum, moesten mensen bijstaan, nieuwe woonruimte zoeken en ondertussen ook nog een nieuwe kerk bouwen. De straling in het gebied rondom de kerncentrale is nog zo hoog, dat er geen mensen kunnen wonen.
De predikant vindt het afschuwelijk dat hij tijdens de ramp zo ver bij zijn tweehonderd schapen vandaan zit. ‘Ik wilde daar ook zijn. Maar we konden niet gelijk terug. Er was geen brandstof, de wegen waren kapot en toen kwam ook nog de explosie van de kerncentrale.’ Na vier dagen lukt het hen om genoeg brandstof te bemachtigen om de reis richting Fukushima te wagen. Hij huurt een bus, stouwt die vol met dekens en eten en gaat naar het noorden. Via e-mail hebben ze inmiddels contact met een aantal gemeenteleden. Het plan is om zeventien mensen uit het gebied rond Fukushima te halen. Maar uiteindelijk staan zestig mensen hen op te wachten. ‘Vier mensen uit onze kerk zijn gestorven als gevolg van de zeebeving en tsunami. De rest van de gemeente was naar andere delen van Japan afgereisd. Het was alsof de gemeente, het lichaam van Christus uit elkaar was gerukt’, vertelt Sato. ‘Toen ik in het gebied aankwam, dacht ik dat het einde van de wereld was gekomen. Mensen werden als dieren in vrachtwagen geëvacueerd uit het gebied. Het was afschuwelijk. Mijn hulppastor vertelde dat hij elke vrouwelijke bestuurder die hij tegenkwam, zag huilen. Op één dag moesten zeventigduizend mensen het gebied verlaten.’
overleven
Te midden van die chaos verzamelt Sato zijn groep, zestig mensen, inclusief baby’s en ouderen. Ze besluiten naar het zuiden van het land te gaan. ‘Fukushima ligt heel noordelijk en het is er heel koud. We moesten naar het zuiden gaan om te overleven.’ De groep heeft vijftien auto’s en nauwelijks brandstof of eten. Toch wagen ze het erop en rijden ze zevenhonderd kilometer, onder meer door bergen en sneeuw. Onderweg nemen ze iedere dag de tijd voor Bijbelstudie en lofprijzing. ‘Het was net een mobiele kerk die 24 uur per dag open was.’ Onderweg worden er negen mensen gedoopt. De ramp zet mensen aan het denken. ‘Door de ramp komen hier en daar mensen tot geloof, maar het gaat niet om grote aantallen’, zegt Sato, die predikant is in een land waar minder dan een procent van de mensen christen is. Uiteindelijk komt de groep terecht bij een retraitecentrum in de bergen in de regio Tokio, gerund door de Duitse zendeling Traugott Ockert. Wanneer Sato een stuk vooruit reist om een kijkje te nemen bij het centrum, is hij verbaasd. ‘De Duitsers zeiden: ‘‘We wachten op jullie!’’ Ze hadden zelfs de kamers al in orde gemaakt en ingedeeld.’ Sato is des te verbaasder als hij hoort dat de zendeling en zijn medewerkers eigenlijk van de uitzendende organisatie terug hadden moeten keren naar huis vanwege het stralingsrisico. Maar de Duitsers weigerden. Sato: ‘Het was als de ark van Noach. We hebben er een jaar geleefd. Daar ben ik ook enorm dankbaar voor.’ En daarom is Sato nu ook niet met lege handen naar Europa gekomen. Hij hoorde dat er een overstroming was geweest in Europa die een kerk in Leipzig verwoest had. ‘We hebben thuis een collecte gehouden en het geld meegenomen voor de opbouw van de kerk in Leipzig.’
Met handgebaren en veel mimiek vertelt Sato over de ramp, de gevolgen ervan voor zijn gemeente en zijn eigen geloofsleven. Hij maakt de ene Bijbelse vergelijking na de andere. Hij vergelijkt zichzelf met Mozes die het volk Israël door de woestijn leidde en met Job die getroffen werd door onheil. Ook zijn dochter - het stel heeft drie volwassen kinderen - maakt graag Bijbelse vergelijkingen, vertelt de predikant. Vier dagen na de ramp stuurde ze haar vader een mail: ‘‘U bent predikant geworden voor een ramp als deze, net als Esther. Dit is Gods plan.’’
Ondanks al het verdriet zijn de Japanners hun humor niet verloren. Als Sato’s vrouw vertelt dat ze de eerste dagen na de ramp geen voedsel proefde, zegt hij lachend: ‘Vrouwen zijn heel gevoelig.’ En als de fotograaf ze even later vraagt om bij het poseren elkaars hand vast te houden - iets wat hoogst ongebruikelijk is in Japan - zegt de predikant: ‘Ik vlucht nog liever voor een tsunami.’
Halverwege het interview diept de predikant ineens twee kleine apparaatjes uit zijn tas, een gele en een witte. Het blijken stralingsmeters. ‘Normaal is een waarde van minder dan 0,1 microgray per uur. Hier is het 0,08, dus dat is goed. In Fukushima is het nu 12, maar het is wel 20 of 30 microgray per uur geweest. In het gebied waar wij nu wonen is de straling 0,12, dus iets hoger dan normaal.’ De Japanner heeft de meters altijd bij zich. Hij heeft er twee om zeker te weten dat het apparaat geen afwijkingen heeft. ‘Het is een gewoonte geworden om even de straling te meten. In de regio’s rondom Fukushima heeft iedereen zo’n apparaat. Je kunt ze daar gratis krijgen.’ De hoeveelheid straling wil nog wel eens verschillen. Dat heeft te maken met de wind. Toch maakt de predikant zich niet heel veel zorgen. ‘Ik vertrouw liever op God dan op dit apparaat. Want als je je zorgen gaat maken, raak je gestresst en als je gestresst bent, word je ziek.’
Een maand na de ramp mocht Akira Sato in een speciaal pak terug naar zijn huis om spullen op te halen. ‘Het was heel raar. Er waren geen mensen en geen auto’s, maar de natuur was er gewoon: vogels, bloemen... Het leek alsof de bloemen blij waren dat de mensen weg waren. Als er een auto aankwam, bleven de honden gewoon midden op de weg liggen.’ Volgens Sato is het een teken. ‘Jullie mensen kunnen wel denken dat je God bent, maar jullie zijn niet het centrum van de wereld.’
Bij de groep van Sato was iemand die bij de getroffen kerncentrale werkte. Hij was bang dat hij gebeld zou worden door zijn baas met de opdracht dat hij terug moest naar de kerncentrale om hem te reparen. Maar tegelijkertijd wist hij dat als hij niet zou gaan, iemand anders zou moeten. ‘Hij vroeg of we voor hem wilden bidden. Hij kon niet gaan, zonder de kracht van God.’
‘Ik wil niet zeggen dat het goed is, wat er gebeurd is. Maar God was daar en er zijn ook een hoop goede dingen gebeurd na de ramp. We zijn niet verbitterd. En we weten ook niet alles. Net zoals God het leven van Job herstelde, heeft Hij dat ook met ons leven gedaan.’
nieuwe kerk
Vandaag de dag wonen Akira en Chiëko Sato in Iwaki-shi, een plaats zeventig kilometer van de rampplek. Anderhalf jaar geleden bouwden ze er een appartementencomplex. Daar wonen nu acht families uit de groep waarmee ze eerder vluchtten. In Iwaki-shi is ook een nieuwe kerk gebouwd voor de zestig gelovigen. Het gebouw heeft de vorm van een vogel die in de richting van Fukushima vliegt. De straling is niet al te hoog in het gebied. Maar de mensen maken zich wel zorgen over hun gezondheid. Er zijn kinderen met knobbels of blaasjes op hun schildklier. ‘We hebben geleerd dat we niet weten wanneer we sterven. En als we sterven gaan we naar de hemel. Natuurlijk wisten we dat altijd al, maar door deze ramp is het realiteit geworden. Alles wat je hebt, kan je ontvallen. Ook wij christenen worden omringd door spullen, dingen die je kunt aanraken. We zijn materialistisch; als een ander iets heeft, willen wij het ook hebben. Het geluk dat ons Japanners omringde, was als de toren van Babel. We wilden steeds meer en meer. God heeft ons gewaarschuwd. Nu hebben we geleerd dat ons leven slechts een reis is en dat ons laatste, ultieme huis, de hemel is.’ <

-----------------------
KADER
Op 13 maart 2011, twee dagen na de ramp die Japan trof, begint ds. Akira Sato een weblog op www.f1curch.com. Hij deelt zijn ervaringen en gevoelens op het internet. ‘Iets in mij zei me te gaan schrijven. En ik moest het direct doen, want een dag later zouden mijn gevoelens weer anders zijn. Nu zie ik duidelijk dat het God was die me leidde.’ De blog blijkt een succes. Mensen die Sato totaal niet kent, vertalen zijn teksten in het Engels, Duits, Koreaans, Chinees, Spaans en Frans. Zo kunnen mensen over de hele wereld meelezen en meeleven. Op het hoogtepunt heeft de website 200.000 hits per dag. Mensen uit Europa en Amerika sturen geld. ‘Het was ontzettend bemoedigend. De ramp heeft Europa en Japan dichter bij elkaar gebracht’, aldus Sato.






Wat heb ik in de ramp gezien?
Ik ben Akira Sato.
Ik ben dominee van Fukushima Daiichi Bijbelse Baptisten Kerk. Onze kerk heeft 3 kerkgebouwen binnen een straal van 5 km van Kerncentrale. Er staat ons 4de kerkgebouw binnen een straal van 20 km van Kerncentrale waar Tsunami was geweest.
De spoorwagen waren weggespoeld, de wegen waren kapot.De riooldeksels werden omhoog geduwd. De oude huizen vlak bij de kerk waren verpletterd.
Het was weer na duizend jaren de eerste aardbeving.
De hoogte van Tsunami was 15 m.

Onze kerk geschiedenis begon meer dan 60 jaar geleden vlak na de Tweede Wereld Oorlog. Er kwam een Amerikaans zendingsechtpaar. Ze brachten evangelie in het platteland waar nog niemand christelijke “goede boodschap” heeft gehoord.
De vrouw van deze dominee overleed in Japan. Hierna nam een Japanse dominee de kerk over. Hij heeft de kerk 30 jaar in arme omgeving goed in stand gehouden. Soms er waren slechts 3 personen voor de kerkdienst aanwezig. Met veel tranen en moeite werd de kerk beschermd en geleid. De kerk bleef goede boodschap tot mensen brengen. Daar kwam ik 30 jaar geleden in dienst. Ik was toen 25 jaar oud.

Inleiding
Dank jullie wel voor jullie steunen en gebeden.
Er zijn weinig kerken aan de noordkust van Grote Oceaan in Japan. De meeste hebben ongeveer 15 leden.Het was niet makkelijk voor hen om de kerken goed in stand te houden. Door aardbeving en tsunami hebben steden en dorpen tot grote schade opgelopen. Een dominee moest zijn kerk verlaten.
Ander moest zijn kerk sluiten. En ander schreeuwde: God, u wilt de hard werkende kerken kapot maken?
Aan de andere kant, heeft dede noordelijke Japan ooit zoveel aandacht, gebed en steun gekregen vanuit de hele wereld?
Ik zie hier in Fukuschima Gods sterk aanwezigheid en Gods plan.

Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat ; er overkomt u niets uitzondelijks.
Hoe meer u deel hebt aan Chirstus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zjin wanneer zijn luister geopenbaard wordt.
1 Petrus 4: 12 – 13


Deze brief is gericht aan de christenen in Kappadocie, Galatie gebieden in Klein-Azie die nu Turkije is. In de brief riep Petrus deze christenen als “geliefde broeders en zusters”



Op 11 maart, de dag wanneer de ongelofelijke aardbeving is geweest. Ik kon de kerkleden niet bereiken. Want de telefoonlijn was te druk, onbereikbaar. Ik bleef proberen te bellen terwijl de tranen over mijn wangen rolden.
Toen heb ik eindelijk 10 leden kunnen bereiken. Daarna heb ik 30, 70, 150 leden uiteindelijk bereikt.
Kort daarna viel het mij en mijn vrouw een ding op: Niemand zei: Wat hebben we in hemelsnaam gedaan? God, waarom moest dit ons overkomen?


Als er geen kerncentraleongeluk was geweest, zouden de kapotte huizen al gerepareerd worden. Onze gemeente zou opnieuw gebouwd worden. Er zouden na de ramp meer mensen gered kunnen worden. Maar er was evacuatiebevel uitgevoerd na de ramp door de overheid. Er luidde serene in ons dorp. Het was net als in de oorlogstijd. 70 duizend mensen moesten op de dag evacureren naar noorden of zuiden. 20 duizend mensen moesten hun huizen verlaten
Ongeveer 90 duizend mensen binnen Fukushima, 60 duizend mensen buiten Fukushima, totaal 150 duizend mensen werden gedwongen bij hun familieleden of in de noodopvang te verblijven.Het is waanzinnig!

De kerkleden die overleefd zijn vertelden:
“Ik was weggespoeld” of “ Ik was in de auto, toen kwam er tsunami achter me.” Ander vertelde: “ Ik was opgenomen in het ziekenhuis.Na mijn hartoperatie was de kerncentrale ontploft. Toen moest ik wegrennen.”
Het waren allemaal ongelofelijke overlevingsvrehalen.
Maar aan het eind zeiden ze allemaal:
“Ik was toen door God gered.”
Zoals Petrus wilde ik ook schreeuwen: “ Mijn geliefde broeders en zusters”, maar realiseerde ik me dat ze eigenlijk al allemaal Gods geliefde broeders en zusters. Petrus bedoelde met “Geliefdebroeders en zuesters” Gods geliefde broeders en zusters.
Door de ramp realiseerde ik me diep in mijn hart dat ik geliefd ben door God. Als de volgende bijbelteksten:


Welnu, dit zegt de Heer, die jou schep, Jakob, die jou vormde, Israel:
Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!
Moet je door het water gaan – ik ben bij je: of door rivieren – je wordt niet mee gesleurd. Moet je door het vuur gaan – Het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien. Je bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je dat ik de mensheid geef in ruil voor jou, je alle volken om jou te behouden.
Jesaja 43: 1,2,4

Hoe kunnen we omgaan met de ramp van Fukushima?
En nu hoe kunnen we omgaan met deze ramp?
Petrus schreef in de brief: wees niet verbaasd, en er overkomt ons niets uitzondelijks. Hiervan bedoelt Petrus met “uitzonderlijks” iets buitengewoon of apart dingen.
We hebben nooit gedacht dat er zo gigantisch tsunami zou komen en dat alles kappot zou maken. Op die dag zag ik vrouwen van ons dorp auto rijden met tranen uit hun ogen. Het was bizar. Maar ondanks dat hebben we daar Gods genade ontdekt.


Paulus zegt in Romeinen 8 : De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. Zo is de wereld.Zo zijn we allemaal.
Jezus zei in een hevige storm tegen het meer “Zwijg! Wees stil!”
En ook zei hij : Wees niet bang. Ik ben bij je. Het natuur en leven in deze wereld verlangen inderdaad sterk naar de verschijning van de Heer.
Paulus legde deze wereld uit met volgende teksten:


Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn.
Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barenweeen zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan.
Romeinen 8 : 18,19 – 22,23
Nu ga ik jullie vertellen hoe we Gods genade hebben ontdekt.
Gods genade 1. Dankbaar voor te zijn
Omdat we letterlijk alles verloren hebben: huis, geld, kerkgebouwen, thuisland…. We voelden dankbaar voor wat we hierna hebben gekregen. Bijvoorbeeld: We mochten slapen in een futon in plaats van op de vloer met kartonnen doos in een gymzaal waar tijdelijk noodopvang was. We mochten warme soep eten in plaats van elke dag alleen een koud brood te eten. We mochten douchen na 5 dagen geen douche genomen te hebben. Er waren de kerkleden die 3 dagen niets kunnen eten.
Jezus zei bij het vertrek van de zendingsreizen tegen zijn leerlingen: Neem geen geld, geen bagage mee.
Dat deden we ook toen we ons dorp moesten verlaten.
Als ik nu na 2 en half jaar terug kijk, hebben we alles gekregen wat we nodig hadden. We leven nu. Ongeveer 60 leden van onze kerk moesten hier en daar in Japan in een groep verhuizen. Toen zijn we bij een Christelijke camping in Tokyo terechtgekomen. De eigenaar van deze camping is een Duitse zendingsdominee. Hij heeft ons het hele jaar deze plek voor gratis aangeboden.
Intussen heb ik ook geleerd dat er eigenlijk weinig dingen nodig zijn om te leven. God voedt de vogels in de lucht en de bloemen in het veld. Zo voedt God ook ons.
Zonder zeuren wat we niet kunnen krijgen, verlagen ons drempels zodat we makkelijk eroverheen kunnen om gelukkig te zijn. Leven per moment en per dag in Gods genade.Dat is misschien de ware weg voor de mensen.
Daarom zeg ik jullie : maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemels Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?
Matteus 6 : 25,26
Gods genade 2. Bron van mens
De toegang to ons dorp is tot nu toe verboden. Ons dorp is dus bijna een spookdorp.(Men moet toestemming hebben om het dorp binnen te gaan.) Een maand na de ramp ging ik met de toestemming tijdelijk naar huis. Ik moest een beschermingspak aandoen.
Toen zak ik daar iets heel vreemd.
De achtergelaten honden lagen midden in de weg, al er ook een auto kwam wilden ze niet opzij gaan. De koeien staarden ons alsof wij, mensen een vervelend wezen zijn. Toen schoot me een bijbelteksten van Jesaja 11 te binnen.
“ Kalf en leeuw, koe en beer komen allemaal uit de telg van Isai als een vaandel voor alle volken staan. Den zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.”
In Genesis staat: Adam en Eva hadden gezondigd. En hun eerste zoon Kain sloeg zijn broer Abel dood.
Het gevolg ervan moesten ze tuin van Eden verlaten en ze vestigden zich in Nod, een land ten oosten van Eden. Dit verhaal overlapte wat ik in mijn dorp zag.
Hoe hoog de toren van Babel moet zijn om mensen volledig tevreden te maken? Aandacht vanuit de hele wereld naar Fukushima leek me “een zeer belangrijke boodschap maar zonder woorden”
“Het dorp zonder mensen” is misschien de waarschuwing van God. En God wilt misschien mensen wakker schudden.

Gods genade 3. Bijbelseland van nu
Hoe kon jij je dat voorstellen? In een zeer welvarend land als Japan, zonder benzine en zonder voedsel, moesten we van ouderen tot baby’s, allemaal met auto’s in rijtjes achter elkaar evacurenren.
Onderweg tussen de bergen kwamen we in een sneeuw storm terecht waardoor de weg met 1m dikke sneeuw bedekt werd.
Soms moesten we in een groep overnachten en konden alleen uit blikken eten.
Geen privacy, geen eigenbezittingen net zoals in Handelingen 8 beschreven wordt. In die tijd werden gelovigen vervolgd, en ze werden verspreid erover. En het leek een mobile kerkgemeente.
Het was een gigantische grote familie van 60 personen.
We kwamen elke dag bijeen om God te aanbidden en bijbel te lezen. Tijdens de reis werden er 9 mensen gedoopt. Het was 24 uur onophoudelijke en avontuurlijke kerk gemeente.
In de tijd van Handelingen was de eerste christelijke gemeente ook een mobile kerk gemeente. Deze gemeente was verspreidna de steniging van Stefunus. Ook Mozes en de Israelieten na de uittocht uit Egypte, ze sloegen 40 jaar van ene plek naar andere in de woestijn hun kamp op.
Toen de Israelieten in Babylonie als ballingen zaten, hadden ze verlangd naar Sion, de stad van Jeruzalem. Nu we zijn ook als de Israelieten. Ik realiseerde me heel sterk dat we allemaal in ons leven als reizigers zijn op deze wereld.
Jullie hebben wel eens gehoord de woorden als “Diaspora”of “Remnant”. Dat hebben we precies meegemaakt.
*Diaspora: verspreiding van een volk over verschillende delen van de wereld.
*Remnant: restant, kleine hoeveelheid die overblijft.
Ik denk dat de dichters van Psalmen of Klaagliederen hun gedichten met hun sterk verlangen naar hun volk, met tranen in hun ogen, zouden gemaakt hebben.
De Bijbel is geen filosofie. De Bijbel is het leven zelf.
Door wat ik mee heb gemaakt in de ramp voel ik de wereld van Bijbel steeds dicht bij.
Gods genade 4. Belijdenis
Tijdens evacuatietocht zijn er 4 leden overleden en er werden 9 mensen gedoopt. Een 50 jarige mevrouw van onze kerk was weggespoeld door tsunami en overleed. Toevallig in dezelfde week, uit hetzelfde dorp waar deze mevrouw vandaan kwam, een iemand werd gedoopt.
Mensen moesten waarschijnlijk confronteren met het feit dat het alles kapot en onzeker werd. Daardoor moesten ze zich afvragen wat het echt waard is in het leven. Er was een familie waarvan 6 personen gedoopt wilden worden. Deze familie was van plan in de zomer gedoopt te zijn. Maar ze hebben al snel besloten hun eerder te laten dopen. Want niemand wist of de wereld tot de zomer zou blijven bestaan.
Een van de leden werkt bij kerncentrale. Hij was sterk bewust dat daar altijd een dodelijk gevaar was. Huilend hebben we samen gebeden.
Ik zag heel veel leden met zo veel triest en pijn treurend bidden tot God.
Ik heb hiervan geleerd dat het niet alleen resultaat maar het proces heel erg belangrijk is.
Je valt, je staat dan op. Je huilt,je houd ermee dan op. Als je het je alleen niet lukt, doet je het dan met alle. God heeft een grote belangstelling voor elke proces die we ondergaan.

Het was goed voor mij dat ik vernederd werd. Zo leerde ik uw wetten kennen. Psalm 119:71

Gods genade 5. Kerk is wonderlijk

In de brief zegt Petrus: Hoe meer me deel hebben aan Christus’ lijden, des te meer moeten we ons verheugen.”
Door de ramp waren veel kerkleden verspreid over verschillende plekken in Japan. Veel bedrijven zijn failliet gegaan. Scholen en ziekenhuizen gingen sluiten.
Ik treurde omdat er onze kerk niet meer zou zijn als er geen dorp meer is. Maar onze kerk leefde.
Na de ramp wilde ik ouderen en zieke mensen zo snel mogelijk uit noodopvang halen en ze naar een betere plek wilde brengen.
Toen uiteindelijk waren er zo’n ongeveer 60 personen bijeengekomen. Vanaf dat moment begon ons wonderlijk evacuatietocht zonder benzine, voedsel en kleding.
Maar onze kerk dus leefde.
De kerk zonder kerkgebouw, structuur en programma’s. Maar we hebben elke dag met alle gewoon God aangebeden. We verbleven samen en we gingen door met ons reistocht. We hebben het overleefd.
Zoals Paulus zei, de kerk is inderdaad een levende lichaam van Christus. De kerken in Japan lijken zo klein dat misschien weggeblazen kunnen worden. Maar ik zag de kerken leven en er stroomden de levende kracht van Christus.

Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, de zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.
Efeziers 1:22-23

Ook zijn er weinig kerken en weinig christenen in Japan. Maar ze zijn wel het zout van de aarde.
Heel veel kerken zijn na de ramp aan de slag gegaan om mensen in de ramp te helpen. Ongeacht denominatie of stroming hebben ze ondersteuningsprojecten opgezet. Ze hebben een geweldig goede reputatie in Fukushima. Dat weerspiegelt hospitaliteit en naastenliefde uit Bijbel.
Toen zag ik daar iets wonderlijks. Mensen die nog nooit naar kerk zijn geweest, kwamen bij ons helpen. En dat gebeurde ook bij Christelijk camping waar we tijdelijk verbleven. De ramp heeft christenen en non-christenen verbonden.

Het leek ook geen muur of afstand staan tussen de kerken die samen ondersteuningsprojecten hebben opgezet. Ongeacht Baptisten of Anglicaanse kerk hebben ze goed samengewerkt.



De hulp uit het buitenland was ook een grote Gods genade. We aten toen vaak uit blikken die uit het buitenland als hulp kwamen.
Later werd onze kerk steeds meer bekend door onze website “f1church.com”. deze website werd toen 200 duizend keer per dag bezocht. Mijn dagboek sinds de ramp werd naar 6 andere talen vertaald.
Er kwamen veel journalisten van binnen en buitenland.
Onze website is ook in het Duits en het Frans beschikbaar. Dus jullie zijn altijd welkom op onze website!
We hebben heel veel steun en hulp met gebed gekregen uit vele landen. Alsof we in de Ark van “internet” zitten, kwamen we in het “Bijbelsland van nu” door, en dat ondersteund door mensen uit vele landen.

Gods genade 6. De misse

Toen de ramp gebeurde dacht ik waarom het ons is overkomen. Ik jammerde en ik dacht dat onze kerk geschiedenis aan het eind zou komen. Maar kort daarna realiseerde ik me dat onze kerk de enige kerk die dichtst bij de kerncentrale staat en ik dacht dat door
God gegeven missie was. Ik hoorde dat het nieuws kwam in buitenland dat de Japanners heel rustig waren in de ramp.Dat was inderdaad zo.
Ik begon te denken dat onze kerk door God was gekozen om de ramp te doorstaan en weer op te staan.
Deze kerk werd door Amerikaans zendingsechtpaar 65 jaar geleden opgericht. Zijn vrouw was in Japan begraven. Later de naam van onze kerk Werd “Fukushima Daiichi Bijbelse Baptisten Kerk”.
Is het nou toeval dat de naam van kerncentrale waarvan de eerste 2 woorden ook “Fukushima Daiichi….” zjin??
Mijn vrouw heeft na de ramp smaakstoornis gehad. Ze at maar ze proefde niet. Ook zag ze alles in grijs.
Ze vertelde dat ze 30 jaar geleden iets droomde. In haar droom zaten Alle kerkleden in de bus aan het reizen. Haar droom is waar geworden. Was de droom een boodschap van God? Zodat we later moeilijke omstandigheden en heftige proef kunnen doorstaan?
We gaan waarschijnlijk door het midden van de weg die God voor ons heeft gekozen en de weg waar historische ramp was gebeurd.
Aan het eind vertel ik mijn verhaal:
Midden in de nacht op 15 maart 2011, toen een van de reactor ontplofte vertrokken mijn vrouw en ik naar Fukuschima met auto waarin vol voedsel en hulpmiddelen ingeladen waren. We reden de hele nacht door. Soms moesten we breuken en gaten in de weg ontwijken. In het ergste geval zouden we niet levend terug kunnen komen, dacht ik. Bij zonsopkomst reden we net over de grens Fukushima.

Toen kreeg ik een sms van mijn dochter, waarin stond:
Vader, een van de reactor is ontploft. Wees a.s.b. voorzichtig en bemoedig iedereen! Ik geloof dat je daarvoor de dominee van deze kerk bent geworden.












Ik huilde, mijn vrouw huilde. Toen hebben we voor onszelf beloofd. We gaan nooit meer klagen waarom dit ons is overkomen. De ramp, daarvoor ben ik op 11 maart geboren.
Sindsdien zijn de dagen voorbij gegaan alsof je constant in een achtbaan van een pretpark zit. Dat is niet goed voor je hart. Met name was ik erg druk bezig met besprekingen tussen provincie en overheid. Of met het zoeken van woningen en werken voor de evacurerende kerkleden en met de gesprekken voor het bouwen van nieuw kerkbouw en de woningen.

Ik dacht aan de teksten uit Ester in de Bijbel:

Als je nu niets onderneemt, nu het moment daar is,
Komt er van een andere kant wel hulp en bescherming voor de
Joden. Maar jij en je vaders familie komen dan om. Wie weet ben je
Juist met het oog op deze situatie koningin geworden.
Ester 4:14




(ondertussen) God heeft ons geleid en begeleid zoals het uittocht Uit Egypte. We hebben ons uiterste best gedaan. We hebben er Geen spijt van.
Er werd heel veel gehuild en gelachen.
Bedankt voor al jullie hulp.

Dankzij God en jullie, dit jaar in mei was ons nieuw kerkgebouw klaar. De nieuwe kerk staat 60 km vanuit ons achtergelaten dorp. Het kerkgebouw vormt in een figuur van vogel met vleugels.Die richt naar ons achtergelaten dorp.
A.s.b. blijven bidden voor ons zodat we kracht kunnen krijgen om door te gaan.
De volgende teksten uit Bijbel zijn waar:

De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water,
Hij geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden Tot eer van zijn naam.
Al gaat mijn weg door een donker dal,
Ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij.
Uw stok en staf, zij geven mij moed.
U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand,
U zalft mijn hoofd met olie,
Mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij alle dagen]van mijn leven,
Ik keer terug in het huis van de Heer
Tot in lengte van dagen.
Psalm 23: 1-6